Maatregelen in verband met Coronavirus

In verband met het Coronavirus heeft het kabinet diverse maatregelen getroffen voor ondernemers. Sinds onze eerste update van 17 maart is er heel veel gebeurd. Inmiddels zijn we aanbeland bij de derde tranche van noodmaatregelen. Een aantal maatregelen zijn vernieuwd of verlengd. We hebben hieronder de belangrijkste maatregelen die dit moment gelden kort samengevat op een rij gezet.

Let op: onderstaand overzicht is niet uitputtend! Wilt u meer weten over de regelingen of wilt u concreet onze hulp bij het aanvragen van een van de regelingen, neemt u dan contact met ons op.

Inhoud
1. Noodmaatregel Overbrugging Werkbehoud (NOW)
2. ZZP’ers (TOZO)
3. Tegemoetkoming Vaste Lasten Mkb (TVL)
4. Uitstel van Betaling
5. Voorlopige Aanslagen Verminderen
6. Cornareserve
7. Belasting- en invorderingsrente

1. NOODMAATREGEL OVERBRUGGING WERKBEHOUD (NOW 3.0)

De NOW wordt per 1 oktober met 3 tijdvakken van 3 maanden wordt verlengd. De steun aan bedrijven voor loondoorbetaling wordt in stappen afgebouwd. Tegelijk komt er ruimte voor werkgevers om de loonsom te laten dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie.

De belangrijkste wijzigingen van NOW 3.0 op een rij:

  • NOW 3.0 geldt van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en is opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden: oktober tot en met december 2020, januari tot en met maart 2021 en april tot en met juni 2021. Deze drie tijdvakken vormen – na NOW 1.0 (eerste tranche) en NOW 2.0 (tweede tranche) – de derde, vierde en vijfde tranche in de NOW-regeling. Je kunt per tijdvak/tranche een afzonderlijke aanvraag indienen;
  • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling, gaat vanaf de vierde tranche (tweede tijdvak van de NOW 3.0): januari t/m maart 2021) omhoog van 20% naar 30%;
  • De steun over negen maanden kent een geleidelijke afbouw van de vergoedingspercentages: van 80% in de derde tranche (eerste tijdvak), naar 70% in de vierde tranche (het tweede tijdvak) en naar 60% in de vijfde tranche (het derde tijdvak);
  • In tegenstelling tot NOW 1.0 en NOW 2.0 mag de loonsom geleidelijk worden verminderd met 10% in derde tranche, met 15% in de vierde tranche en met 20% in de vijfde tranche zonder dat de NOW-subsidie lager wordt. De (vrijwillige) daling van de loonsom kan tot stand komen door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers;
  • De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag via het UWV, keert niet meer terug;
  • Het maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer zal in de vijfde tranche (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon (€ 4.845 per maand), in plaats van op 2x het maximum dagloon (€ 9.691 per maand).

Inspanningsverplichting werkgever
In de NOW 3.0 wordt een nieuwe inspanningsverplichting opgenomen voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de ontslagen werknemer. Het niet voldoen aan deze voorwaarde heeft een korting van 5% op het subsidiebedrag tot gevolg. Deze korting wordt toegepast als de werkgever geen contact heeft gezocht met het UWV in het kader van begeleiding van werk naar werk, terwijl hij wel bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt.

Geen bonussen of dividend
De voorwaarde dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht, blijft. In de eerste, tweede en derde tranche geldt dit voor 2020, maar voor de vierde en vijfde tranche van de NOW 3.0 geldt dit ook voor 2021.

Aanvragen
Het UWV streeft ernaar het aanvraagloket voor het eerstvolgende aanvraagtijdvak vanaf 16 november 2020 tot 13 december 2020 te openen. Daarbij kan met terugwerkende kracht een aanvraag ingediend worden voor het eerste tijdvak (1 oktober tot en met 31 december). Na het toekennen van de subsidie zal de aanvrager een voorschot van 80% ontvangen in drie termijnen.

Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021.

Als een werkgever voor alle drie de tijdvakken subsidie heeft ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tranches plaats vanaf 1 september 2021, maar moet voor iedere tranche een aparte aanvraag om vaststelling worden gedaan. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt nog.

Aanvraagperiode definitieve vaststelling NOW 1.0 gestart
Werkgevers die gebruik hebben gemaakt van de NOW 1.0-regeling, kunnen vanaf vandaag (7 oktober) een aanvraag voor een definitieve berekening van de NOW 1.0 indienen bij het UWV. De definitieve vaststelling van NOW 1.0-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat de werkgever te veel voorschot heeft gehad. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als het omzetverlies kleiner is dan de werkgever had verwacht bij de voorschotaanvraag of als de loonsom is gedaald.

Het UWV stelt de NOW-subsidie vast 52 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling. Vanwege het grote aantal aanvragen is gekozen voor deze lange beslistermijn.

2. ZZP’ERS (TOZO)

Bent u ZZP’er, dan kunt u onder voorwaarden een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (BBZ). Dit is een tijdelijke tegemoetkoming voor ondernemers die in zwaar weer verkeren in de vorm van een lening. Als u de lening niet kan terugbetalen, wordt deze omgezet in een gift. U kunt de tegemoetkoming aanvragen bij de gemeente, waar u staat ingeschreven.

Vanaf 1 april treedt de regeling officieel in werking. Vanuit de regeling wordt het inkomen van de zelfstandige aangevuld tot het sociaal minimum dat van toepassing is. Dat komt neer op maximaal € 1.500 (netto) voor gehuwden, of maximaal € 1.050 (netto) voor een alleenstaande vanaf 21 jaar.

Daarnaast kan een zelfstandige een lening afsluiten van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. De maximale looptijd van een lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost. Om in aanmerking te kunnen komen voor een lening dient u naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat er sprake is van liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis.

TOZO 2.0
De TOZO 2.0 (let op: met toets inkomen partner!) wordt met 4 maanden verlengd. De uitkeringstermijn loopt daardoor van 1 juni tot en met 30 september 2020.

PARTNERTOETS TOZO 2.0
Huishoudens met een inkomen boven het geldende sociaal minimum zullen onder TOZO 2.0 geen aanspraak meer kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud. Bij de aanvraag van TOZO 2.0 zal een verklaring worden gevraagd van de ondernemer en diens partner dat er sprake is van een situatie, waarin het huishoudinkomen onder het geldende sociaal minimum terecht is gekomen als gevolg van het coronavirus.

Heeft een ondernemer inkomensondersteuning gehad onder TOZO 1, dan kan de inkomensondersteuning onder TOZO 2 niet een maand van TOZO 1 overlappen. In totaal kan onder TOZO 1 en 2 zes maanden inkomensondersteuning worden verkregen.

TWEEDE TOZO-LENING
Onder TOZO 2.0 kunnen ondernemingen met liquiditeitsproblemen een tweede lening tot maximaal € 10.157 aan te vragen.

TOZO 3.0
De TOZO wordt verlengd tot 1 juli 2021. Net als bij TOZO 1.0 en 2.0 zal de kostendelersnorm en levensvatbaarheidstoets niet worden toegepast bij de bepaling van de bijstand voor levensonderhoud. Aanvankelijk was voorgesteld om in deze TOZO 3.0 een aanvullende beperkte vermogenstoets op te nemen. Die toets hield in dat als de ondernemer meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) heeft, hij niet in aanmerking zou komen voor TOZO 3.0. Het kabinet heeft echter inmiddels besloten om deze beperkte vermogenstoets nog niet in te voeren, maar uit te stellen tot 1 april 2021. Dit betekent dat de zelfstandig ondernemer voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 een uitkering voor levensonderhoud kan aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

DGA en TOZO
Ook een directeur-grootaandeelhouder (DGA) kan in principe een beroep doen op de tijdelijke regeling, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de DGA naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat de B.V. nu geen salaris kan uitbetalen.

DGA EN GEBRUIKELIJK LOON
In dit kader is nog van belang dat als duidelijk is dat de Coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een BV, de BV en de DGA tijdelijk een lager maandloon mogen afspreken. Het gebruikelijk loon mag worden verlaagd als de omzet in verband met de coronacrisis lager uitvalt. Het gebruikelijk loon mag naar beneden worden aangepast, evenredig met de omzetdaling. Stel dat de omzet in de eerste zes maanden van 2020 50% lager blijkt te zijn uitgevallen dan in de eerste zes maanden van 2019, dan mag het loon voor de eerste zes maanden met 50% worden verlaagd.

3. TEGEMOETKOMING VASTE LASTEN MKB (TVL)

De TVL-regeling (Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb) is de ‘opvolger’ van de
TOGS-regeling (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren).
De TOGS-uitkering van € 4.000 kon tot en met vrijdag 26 juni 2020 worden aangevraagd.

De TVL geldt naast de NOW en is bestemd voor bedrijven met maximaal 250 werknemers. De tegemoetkoming is ter dekking van de vaste kosten tot een maximum van € 50.000. De regeling is te vinden op www.rvo.nl. Aanvragen kunnen sinds 30 juni worden ingediend.

MKB-ondernemers kunnen deze tegemoetkoming voor vaste lasten aanvragen voor de maanden juni, juli, augustus en september 2020. Zij kunnen gebruikmaken van deze regeling als zij een onderneming hebben met een SBI-code die van toepassing is bij de TOGS/het Noodloket en een omzetverlies van ten minste 30%. De belastingvrije TVL MKB-tegemoetkoming is verhoogd van maximaal € 20.000 naar maximaal € 50.000, afhankelijk van de omvang van de onderneming, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving.

TVL met 9 maanden verlengd
Ondernemers en werkenden krijgen voor langere tijd meer duidelijkheid over financiële ondersteuning uit de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). De belastingvrije tegemoetkoming wordt verhoogd van € 50.000 per bedrijf per vier maanden naar € 90.000 per bedrijf per drie maanden. De regeling wordt met drie keer drie maanden verlengd tot en met 30 juni 2021. In die periode wordt de regeling ook geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers tijd en ruimte hebben om zich aan te passen.

Voorwaarden
Tot en met 31 december 2020 blijven de huidige voorwaarden van toepassing. Dit wil zeggen dat alleen bedrijven met een omzetverlies van meer dan 30% in aanmerking komen. Vanaf 1 januari 2021 wordt deze omzetdervingsgrens verhoogd naar 40%. Voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2021 wordt de grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoed maximaal 50%.

Aanvragen
De subsidie is steeds per drie maanden aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2020 (tot 29 januari 2021) kunnen ondernemers TVL voor de periode 1 oktober t/m 31 december 2020 aanvragen. Aanvragen dien je in via de RVO met eHerkenning of DigiD.

4. UITSTEL VAN BETALING

Komt u door het Coronavirus in liquiditeitsproblemen? Dan kunt u bij de Belastingdienst tot 1 oktober 2020 verzoeken om bijzonder uitstel van betaling voor de IB, VPB, de BTW en de loonheffing. U moet schriftelijk motiveren dat u door het Coronavirus in de problemen bent gekomen. Zodra het verzoek bij de Belastingdienst binnen is, zal de invordering direct stopgezet worden. De individuele beoordeling van het verzoek zal later plaatsvinden. De Belastingdienst zal de komende tijd ook geen verzuimboetes opleggen voor het niet (tijdig) betalen of deze terugdraaien.

Let op! Doe wél op tijd aangifte. En wacht tot u een (naheffings)aanslag hebt ontvangen. Pas dan kunt u bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Zonder aanslag kan niet worden verzocht om uitstel.

Voor meer soorten belastingen in 1 keer uitstel
U hoeft daarom maar 1 uitstelverzoek in te sturen. Krijgt u in de tussentijd nieuwe belastingaanslagen? Ook voor die nieuwe belastingaanslagen geldt dat de invordering wordt stil gelegd. Dit geldt voor alle uitstelverzoeken die sinds 12 maart 2020 tot en met 1 oktober 2020 zijn ingestuurd.

Belastinguitstel verlengd tot eind 2020 – daarna betalingsregeling
De bestaande mogelijkheid tot uitstel van betaling van belastingschulden tot 1 oktober 2020 wordt verlengd tot en met 31 december van dit jaar. Belastingplichtigen die voor 1 oktober 2020 de eerste aanvraag voor bijzonder uitstel van betaling van belastingen vanwege de coronacrisis hebben ingediend en gekregen, kunnen nu dat uitstel (tot en met 31 december 2020) laten verlengen tot 1 juli 2021 als zij nog steeds in financieel zwaar weer verkeren door de voortdurende coronacrisis. Als zij daarna beginnen met het aflossen van de tot eind 2020 opgebouwde belastingschuld, mogen zij daar langer over doen, namelijk 36 in plaatst van 24 maanden. In het voorjaar van 2021 krijgen zij een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Hierbij zal door de Ontvanger geen zekerheid worden gevraagd voor de openstaande belastingschuld.

5. VOORLOPIGE AANSLAGEN VERMINDEREN

Ondernemers die nu betalen op een voorlopige IB- of VPB-aanslag en die een lagere winst verwachten door het Coronavirus, kunnen de voorlopige aanslag laten aanpassen.

6. CORONARESERVE

Een verlies over 2020 kunt u verrekenen met de winst over 2019 (carry back). Maar dat kan pas nadat u aangifte hebt gedaan over 2020. Ook moet u al een definitieve aanslag over 2019 hebben gekregen. Er kan dus veel tijd overheen gaan voordat u het verlies echt kunt verrekenen.

Daarom mag u het verwachte verlies over 2020, voor zover dat verband houdt met de coronacrisis, al in 2019 aftrekken. U doet dat door een zogenoemde coronareserve te vormen. Het bedrag dat u toevoegt aan de coronareserve, mag niet hoger zijn dan uw winst over 2019. Na het vormen van de reserve, kunt u vragen om een nadere (lagere) voorlopige aanslag over 2019. De fiscale coronareserve valt in 2020 verplicht en volledig vrij.

Let op: de Coronareserve geldt alleen voor de vennootschapsbelasting. Eenmanszaken kunnen er geen gebruik van maken.

7. BELASTING- EN INVORDERINGSGRENTE

De tijdelijk naar 0,01% verlaagde invorderingsrente wordt verlengd tot en met 31 december 2021. Ondernemers betalen dus vrijwel geen rentekosten als ze een reeds opgelegde aanslag aan het aflossen zijn.

De belastingrente daarentegen zal echter weer met ingang van 1 oktober aanstaande worden verhoogd naar 4%, als prikkel om weer op tijd en juist aangifte te doen en/of een voorlopige aanslag aan te vragen. De belastingrente in de vennootschapsbelasting zal tot en met 31 december 2021 ook op 4% worden gesteld in plaats van 8%. Hiermee wordt voorkomen dat vennootschappen direct met hoge lasten worden geconfronteerd.