Grote verrassing box 3!

Geplaatst op 
december 29, 2021

De box 3-heffing is vanaf 2017 in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Dat heeft de Hoge Raad op 24 december 2021 beslist (voor de liefhebber: ECLI:NL:NL:HR:2021:1963)

Dat de Hoge Raad het systeem van box 3 niet vindt deugen, is al langer bekend. Met name spaarders betalen al tijden belasting over een hoger rendement dan hun werkelijk ontvangen rente. De hoogste belastingrechter heeft de bal echter altijd teruggelegd bij de wetgever. Tot afgelopen vrijdag: de Hoge Raad ziet zich nu genoodzaakt om belanghebbende rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van zijn fundamentele rechten. Kort gezegd: de Hoge Raad wacht niet langer tot de wetgever actie onderneemt, maar doet dat zelf. Dat is een grote verrassing.

In de zaak van afgelopen vrijdag staat vast welk feitelijk rendement de belanghebbende heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Over 2017 moest de belastingplichtige twee keer zoveel box 3 heffing betalen dan hij ontving aan rente. In 2018 was de belastingaanslag zelfs drie keer zo hoog dan de werkelijke rente. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belanghebbende door voor de jaren 2017 en 2018 alleen dat werkelijke rendement in de heffing te betrekken. De aanslag wordt met duizenden euro’s verlaagd!

En nu?

Het arrest van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu zal moeten beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de Staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar.

Wie nog geen bezwaar heeft gemaakt – en dat zijn veruit de meeste belastingplichtigen - zal moeten nagaan of het daadwerkelijk behaalde rendement in een bepaald jaar lager is geweest dan het forfaitair rendement waar de Belastingdienst vanuit is gegaan. Voor aanslagen inkomstenbelasting waarvan de bezwaartermijn nog niet is verlopen moet binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag bezwaar worden gemaakt.

Voor zover de aanslagen voor bepaalde jaren vanaf 2017 al vaststaan, kan - als de 6 weken bezwaartermijn is verlopen - om ambtshalve vermindering worden verzocht. Daarvoor moet de Minister van Financiën dan wel de Belastingdienst opdragen om ook daadwerkelijk die vermindering te verlenen. De keuze om dit te doen is aan de Minister. Grote vraag is of dit ook gaat gebeuren. Het is zelfs mogelijk dat de Minister op eigen initiatief zal besluiten alle betreffende belastingplichtigen te vergoeden. Op dit moment is nog onbekend hoe het Ministerie van Financiën zal beslissen.

Wilt u overleggen over uw eigen situatie? Neemt u dan contact met ons op.

Geïnspireerd door dit artikel of heb je er vragen over?

Neem dan contact met ons op!
Contact