Risico's voor opdrachtgevers en ZZP'ers vereisen actie

Geplaatst op 
juli 11, 2024

De afgelopen dagen is in de media uitgebreid stilgestaan bij de belangrijke wijzigingen die er aankomen op het ZZP-front. Dit alles in de strijd tegen de zogenoemde “schijnzelfstandigen”. Als ondernemer is de kans groot dat je hiermee te maken krijgt. Wat betekenen de wijzigingen? Wat zijn de risico’s? Wat kun je doen? Wij zetten de belangrijkste zaken voor je op een rijtje.

Risico voor opdrachtgevers

Als opdrachtgever van zzp’ers loop je het risico dat er achteraf toch sprake blijkt te zijn van een arbeidsovereenkomst. Dit gevaar kan van drie kanten komen:

1. De zzp’er zelf kan stellen dat er een arbeidsovereenkomst is en bijvoorbeeld doorbetaling van loon bij ziekte vorderen.
2. Vakbonden en pensioenfondsen kunnen deelname aan hun (CAO) regeling eisen bij een arbeidsovereenkomst.
3. Hoewel de Belastingdienst momenteel nog beperkt handhaaft, zal dit snel veranderen.

Risico voor de zzp'er

Niet alleen de opdrachtgever loopt financieel risico. Ook de zzp’er zelf loopt een fiscaal risico. De Belastingdienst kan, afhankelijk van de bevindingen, de aangifte inkomstenbelasting van de zzp’er corrigeren. Als de winst van de zzp’er als loon wordt aangemerkt, vervallen bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. De navordering is navenant.

Handhavingsmoratorium vervalt

Sinds november 2016 geldt het handhavingsmoratorium, waarbij de Belastingdienst slechts aanwijzingen geeft als zij vindt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Naheffing met boete is een uitzondering en vindt alleen plaats in gevallen van “kwaadwillendheid”.

De opdrachtgever moet de aanwijzingen van de fiscus opvolgen door:

De afspraken met de zzp’er zo aan te passen dat er geen sprake meer is van een (fictieve) arbeidsovereenkomst, of
De verhouding met de zzp’er als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte.

Meestal krijgt de opdrachtgever hier drie maanden de tijd voor. Pas als de aanwijzingen niet worden opgevolgd, volgt een correctieverplichting en een boete.

Maar pas op: het handhavingsmoratorium eindigt op 1 januari 2025. Vanaf dat moment kan en zal de Belastingdienst ook naheffingen en boetes opleggen bij (fictieve) arbeidsovereenkomsten. De Belastingdienst zal loonbelasting en premies volksverzekeringen naheffen. De aanslag kan – in theorie – verhaald worden op de zzp’er.

Het grootste risico voor de opdrachtgever ligt in de naheffing van premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, samen goed voor zo’n 20 à 25% van de beloning, die wettelijk NIET mogen worden verhaald op de zzp’er.

Nieuwe wetgeving

Er is nieuwe wetgeving in voorbereiding: de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), die naar verwachting in 2026 in werking treedt. Het wetsvoorstel is op 21 juni van dit jaar voor advies naar de Raad van State gestuurd. De kritiek tijdens de internetconsultatie heeft geleid tot aanpassingen van het toetsingskader. Wat dit precies betekent, zal pas duidelijk worden na publicatie van de definitieve tekst van het wetsvoorstel.

Uiteraard zal MRVO nauwgezet de ontwikkelingen volgen en na publicatie van de definitieve tekst, haar licht hier over laten schijnen.

Beoordeling arbeidsverhouding

Tot de inwerkingtreding van de VBAR hanteert de Belastingdienst het beoordelingskader van de Hoge Raad uit het Deliveroo-arrest. Of een overeenkomst een arbeidsovereenkomst is, hangt af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Relevante factoren zijn:

De aard en duur van de werkzaamheden;
De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald;
De inbedding van het werk en de zzp’er in de organisatie en bedrijfsvoering;
Het al dan niet bestaan van een verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren;
De wijze waarop het contract tot stand is gekomen;
De wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd;
De hoogte van deze beloningen;
Het commerciële risico van de zzp’er.

Ook van belang is of de zzp’er zich in het economisch verkeer – buiten de te beoordelen arbeidsrelatie - als ondernemer gedraagt, bijvoorbeeld door acquisitie (via website of reclame), fiscale behandeling en het aantal opdrachtgevers.

Recente rechtspraak

Uit recente rechtspraak blijkt dat ook lagere belastingrechters het beoordelingskader uit het Deliveroo-arrest toepassen. Bijvoorbeeld in een zaak voor Hof Den Bosch, waarin een producent van tuinhuisjes buitenlandse zzp’ers inzette. De inspecteur vond dat sprake was van een dienstbetrekking en legde een naheffingsaanslag loonheffingen met boete op. Het hof oordeelde echter dat de feiten en omstandigheden die wijzen op het ontbreken van een gezagsverhouding (betaling per tuinhuisje, geen doorbetaling bij ziekte en verlof en klachten voor eigen rekening oplossen) in dit geval zwaarder wogen.

Aanbevelingen

Om vanaf 2025 een naheffingsaanslag met boete te voorkomen, is het voor opdrachtgevers belangrijk om nu al de arbeidsrelaties binnen hun onderneming te inventariseren. Belangrijke stappen zijn:

Breng de afspraken met zzp’ers en alle feiten en omstandigheden in kaart.
Beoordeel of er sprake is van een arbeidsovereenkomst aan de hand van het Deliveroo-arrest.
Pas afspraken en werkwijze zo aan dat er geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst. Gebruik modelovereenkomsten die door de Belastingdienst zijn beoordeeld.
Overweeg de zzp’er in dienst te nemen als aanpassingen niet mogelijk zijn.

Voor de zzp’er is het essentieel om aan de criteria voor zelfstandig ondernemerschap te voldoen. Belangrijke criteria zijn het lopen van ondernemersrisico, zelfstandige uitvoering van werkzaamheden, investeringen, en het hebben (volgtijdig of gelijktijdig) van meerdere opdrachtgevers. De zzp’er kan hiervoor de Ondernemerscheck van de Belastingdienst invullen. Dit geeft geen zekerheid, maar wel een belangrijke aanwijzing.

Wil je meer weten? Neem gerust contact met ons op.

Geïnspireerd door dit artikel of heb je er vragen over?

Neem dan contact met ons op!
Contact